Fouten maken. We hebben er met zijn allen een hekel aan gekregen. Het liefst maak je zo min mogelijk fouten, of probeer je gemaakte fouten voor anderen te verbergen. Want met fouten loop je immers niet te koop. Toch is dat raar. Want fouten maken is juist hartstikke goed! Ik geef je vier redenen waarom het goed is om af en toe een fout te maken.



Je leert en groeit

Wanneer je fouten maakt ben je aan het groeien. Je leert. Dat is heel goed te zien bij kleine kinderen. Kinderen maken de ene fout na de andere. En ze vinden het heel gewoon. Van kinderen kunnen we heel veel leren. Een klein kind dat leert lopen, doet dat niet van de ene op de andere dag vlekkeloos. Dat gaat in stapjes. Het valt, het staat weer op en probeert het opnieuw. Als moeder is dat proces prachtig om te aanschouwen. Je ziet hoe je kind zich ontwikkelt. Moeders zijn dan ook dolenthousiast als hun kind het eerste stapje heeft gezet, of zijn eerste woordje heeft gesproken. Oké, het was nog zeker niet perfect, maar dat doet er toch niet toe? Het kind moet het toch ook nog leren?

Wanneer je volwassen wordt is er ineens iets vreemds aan de hand. Ineens word je niet meer toegejuicht, wanneer je een fout begaat. Ineens word je geacht om alles in één keer goed te doen. Een secretaresse die in haar eerste werkweek bij de nieuwe baas, fouten maakt in de notulen, wordt hier direct kritisch op gewezen. Geen enthousiaste baas, maar een geïrriteerde baas. Want fouten maken, dat hoort niet. Tenminste, zo word je voorgehouden. Maar bedenk dat als je fouten maakt, jij aan het leren bent. Je doet iets, wat je nog niet veel vaker hebt gedaan. Je begeeft je op een nieuw gebied. En dus maak je fouten. Dat is heel logisch. Tenzij je natuurlijk als wonderkind bent geboren…



Je krijgt inzicht in jezelf

Fouten zetten je direct aan het denken. Ze geven je inzicht in jezelf. Als je tenminste serieus met je fouten omgaat. Stel dat je een opmerking over het kapsel van je collega hebt gemaakt. Als grapje. Het was beslist niet onaardig bedoeld, maar je collega vat dit serieus op en raakt van je opmerking behoorlijk uit haar doen. Door de reactie van de ander, merk je dat je opmerking onbedoeld hard aan is gekomen. Het zet je aan het denken. Niet iedereen kan je grapjes waarderen. Je had dit beter anders kunnen aanpakken. Een volgende keer zal je wat voorzichtiger zijn met je harde grapjes.



Je ontdekt wat werkt en wat niet

Als je iets nieuws wilt ontwikkelen of uitvinden is het maken van fouten onontbeerlijk. Thomas Edison heeft niet van het een op het andere moment een perfect werkende gloeilamp uitgevonden. Aan deze uitvinding gingen heel wat fouten vooraf. Maar Edison zag dit niet als fouten. Hij zag het als ontdekkingen. Elke fout leerde hem namelijk hoe het niet werkte. En Edison zag elke fout als een nieuwe stap richting zijn doel. Zie je fouten net als Edison, niet als mislukkingen, maar als ontdekkingen. Dan hoef je je niet te schamen voor die fout, maar kun je er eigenlijk best een beetje trots op zijn. Jij bent immers weer een stapje verder in je ontdekkingsreis.



Je krijgt uiteindelijk meer zelfvertrouwen

Hoewel het maken van fouten, kan voelen als falen, levert het je op lange termijn veel op. Door alle ervaringen die je hebt opgedaan, word je een rijker mens en krijg je meer zelfvertrouwen. Ook hier zie je het bij jonge kinderen. Je kunt een kind behoeden voor het maken van fouten en hem beschermen. Of je kunt een kind stimuleren om de wereld en zichzelf te ontdekken en om fouten te maken. Welk kind denk je dat later het meeste zelfvertrouwen heeft?


Ik wens je de komende tijd veel fouten toe.